Doorgaan naar hoofdcontent

Wie zegt ‘t voor(t)?


Om een goed idee bekend te krijgen bij het grote publiek moet iemand het verspreiden. In donkere tijden (zeg maar zo’n tien jaar geleden) was adverteren de enige manier om je ideeën of spullen op grote schaal aan de man te brengen. Hoe meer geld je erin pompte, hoe meer je rommel werd blootgesteld aan het publiek.

Vandaag de dag is het de absolute natte droom van de zwetende marketeer om de boodschap viraal, oftewel gratis, oftewel via tovenarij verspreid te krijgen. Want dan gaat het tenslotte vanzelf en snel. *kuch*

Maar wat interessant is maar vaak wordt vergeten is dat verschillende producten en ideeën ook door verschillende groepen mensen worden verspreid. Er is nou eenmaal geen professionele vereniging van ideeënverspreiders, met voor de rest allemaal passievelingen.

Als je authentieke kleine Italiaanse restaurantje ineens immens populair wordt dan komt dat door al dan niet professionele recensenten. Mensen die niets liever doen dan praten over de ultieme smaakbeleving, de creatiefst gepresenteerde gerechten en de allerbeste locaties. Zij zorgen voor de buzz.
Als de trafficcurves van jouw site of blog ineens als een dolle omhoog schieten doordat je wordt opgpikt door de internet-elite, kun je er ook donder op zeggen dat je idee wordt verspreid. Allemaal vrij voor de hand liggend natuurlijk.

Maar wat doe jíj eraan? Heb je onderzocht welk deel van je gebruikers de praters zijn? Is het afstemmen van al je ontwikkeling en communicatie-inspanning op de behoefte van juist díe kleine groep überhaupt mogelijk? Of hoe weet je of je de groep mensen die wel over jouw concurrent praten niet verwart met de mensen die jíj moet zien te bereiken? Dat zou wel eens niet dezelfde tribe kunnen zijn.

De voornaamste reden waarom een idee niet verspreidt of waarom een bedrijf niet groeit is omdat ze geen toegewijde groep aanhangers hebben die ‘het voort zeggen’. Als je iedereen hetzelfde behandelt doe je niets om de kans op het mobiliseren van superpromoters te verhogen.

De eerste vraag die je moet stellen aan iemand die niet tevreden is over de wijze of snelheid waarop zijn idee wordt verspreid is: “Wie is het wie over je zou moeten praten?” Als hij dat niet weet is het vrijwel zeker dat het niet vanzelf gebeurt. Maar als hij slim omgaat met het vinden, verleiden en verrukken van de groep mensen met een gemiddelde verspreidbereidheid is het in ieder geval geen vergeefse moeite.

Reacties

Populaire posts van deze blog

Ik ben een amateur

Of mag ik dat soms niet zeggen? Maar, zijn we dat in zekere zin niet allemaal? In het Frans betekent amateur oorspronkelijk ‘liefhebber van’. Iemand die zich fanatiek verbindt aan een streven. Een studie, een prestatie, een ambacht.             Wist je dat tot 1970 alleen maar – onbetaalde – amateurs mochten deelnemen aan de Olympische Spelen? Tot de dag van vandaag is dat nog steeds het geval voor de onderdelen Boksen en Worstelen. Het gebrek aan financieel gewin werd namelijk ooit beschouwd als een voordeel. Een amateur zou meer toegewijd zijn. Gemotiveerd. Bezield. In veel opzichten ben ik liever een fervent amateur dan een pro. Ik doe mijn werk in de geest van een levenlang leren, bedenken en toepassen. Veroordeeld én toegewijd aan risico’s nemen, een buikgevoel volgen, uitproberen, fouten maken, experimenteren en ja – ook blunderen. In dit normontwijkend proces doe ik nieuwe ontdekkingen. Ik ben een amateur. Je leert sneller van mislukking dan van perfectie en iede

De doelgroep, wat moeten we er toch mee?

Het lijkt een voor de hand liggend onderwerp, maar soms wordt het maar al te gemakkelijk genegeerd. Als ik je zou vragen wie jouw afnemer is en je antwoordt iets van “iedereen met een hartslag”, lees dan gerust even verder. Het is een begrijpelijke vorm van kortetermijndenken. Maar met die ene vogel in de hand kan je wel eens bedrogen uit komen. Als bedrijf doe je er goed aan om – in ieder geval tot op zekere hoogte – je klanten uit te kiezen. Het wagenwijd openzetten van je deuren is niet bepaald de manier om de niche op te zoeken waar jij zo enthousiast van wordt. Ook al zou je product of dienst iedereen op aarde kunnen helpen, dan heb ik nieuws voor je: niet iedereen gaat het kopen. Raar? Nee hoor, want ik verwacht dat hele volksstammen het geen biet interesseert wat jij te bieden hebt. Of ze hebben er het geld niet voor (over). Om er maar even een Sinekiaans gegeven tegenaan te gooien: waarom zit je eigenlijk in deze business? En wie hoop je ermee te helpen? Waarom

De pitch: een veertig jaar oud proces voor bureauselectie

In klantenland is een pitch uitschrijven om met communicatiebureaus in aanraking te komen een antieke maar gekoesterde traditie. Een hardnekkig verschijnsel dat in de afgelopen vier decennia nauwelijks met de tijd is meegegaan. Voor veel merken en organisaties is deze uren verslindende krachtmeting blijkbaar nog steeds de enige manier om bureaus te shortlisten voor een prestigieus project of het (al dan niet hele) account. We houden best van een wedstrijdje, maar helaas wordt bij de opzet van het pitchproces nog te vaak op kortetermijnresultaten gestuurd. Of nog gekker: er wordt helemaal nérgens op gestuurd. Briefings of hun schrijvers zijn vaak van een bedenkelijk niveau en maar zelden wordt stilgestaan bij wat men nou precies van een klant-bureaurelatie verwacht. Gratis Pitches zijn er in allerlei soorten en maten. Pitches zonder vergoeding zijn eerder regel dan uitzondering. Daarnaast heb je pitches met wel tien deelnemers, schijnpitches, pitches met meerduidige briefings,