Doorgaan naar hoofdcontent

Mijn probleem met ‘passie’


Ieder identity-vraagstuk begint zo’n beetje met de zoektocht naar kernwaarden. We hebben daar slimme maniertjes voor. Eenvoudige, compacte methodieken waarbij we samen met de klant op zoek gaan naar woorden die de klantorganisatie of het merk zo goed mogelijk beschrijven. Maar er is één woord dat altijd op de shortlist verschijnt:

‘Passie’.

Waarschijnlijk met een goede reden. Het is best een sterk woord. In de meeste gevallen beschrijft het daadwerkelijk onze klanten. Ze zijn gepassioneerd genoeg om naar VIS te komen, gepassioneerd genoeg om in hun merk te investeren en ze waren in ieder geval ooit gepassioneerd genoeg om een bedrijf te starten.

Gepassioneerd was ik ooit ook. En ook al geef ik misschien de indruk dat ik dat nog steeds ben, ik zal hier en nu bekennen: ik ben het niet. Ik hou het bij 90 procent van de tijd. Misschien 85. Ik bedoel 80. Ik ben de fanatieke sporter die vanavond vergat naar de sportschool te gaan, maar toen ik erachter kwam dat ik het vergeten was, nog steeds niet ging. Ik ben de geheelonthouder die net nog een borrel dronk. Of drie.

Om de haverklap slingeren positiviteitsgoeroes “volg je passie!” naar je hoofd, maar waar ik passie voor voel verandert om de vijf minuten. Ik word horendol als ik altijd mijn passies zou moeten volgen.

Het echte probleem met passie is niet dat het een zwak woord is of dat het niets waardevols communiceert. Het probleem met passie is dat het helemaal niet zo’n statement zou hoeven zijn. Passie is de liefde die je voelt voor hetgeen je doet. Passie betekent dat je je ding doet met goed ontwikkeld enthousiasme. Dat betekent helaas nog niet dat je ergens goed in bent. Of ooit zult zijn. Je kunt ergens gepassioneerd over zijn, maar dat betekent nog niet dat het goed voor jou is. Of voor anderen. Normaal gesproken zorgt passie an sich dan ook niet voor brood op de plank.

Passie heeft in communicatie zo’n beetje dezelfde status als ‘uniek’, ook al zo’n non-descriptor. Een overgebruikt containerbegrip dat z’n glans heeft verloren. Uiteindelijk zouden ondernemers, leiders en bedrijfseigenaren sowieso gepassioneerd moeten zijn. De meesten zijn dat gelukkig ook. Maar als iedereen het is is het geen onderscheidende eigenschap meer.

Demonstreer je passie in ieder aspect van je werk. Als je dat goed doet dan is het niet nodig er een statement van te maken. En voor de rest: reserveer wat passie voor in de slaapkamer, want daar hoort het pas écht thuis.


Reacties

Unknown zei…
Hartgrondig mee eens, als het woord passie voorbij komt in advertenties (onder het kopje: gevraagde kwaliteiten)oid haak ik af. Behalve bij Celavita: "passie voor piepers".
Danny Valize zei…
En Passie en Adriaan. Die kan ook.

Populaire posts van deze blog

Ik ben een amateur

Of mag ik dat soms niet zeggen? Maar, zijn we dat in zekere zin niet allemaal? In het Frans betekent amateur oorspronkelijk ‘liefhebber van’. Iemand die zich fanatiek verbindt aan een streven. Een studie, een prestatie, een ambacht.             Wist je dat tot 1970 alleen maar – onbetaalde – amateurs mochten deelnemen aan de Olympische Spelen? Tot de dag van vandaag is dat nog steeds het geval voor de onderdelen Boksen en Worstelen. Het gebrek aan financieel gewin werd namelijk ooit beschouwd als een voordeel. Een amateur zou meer toegewijd zijn. Gemotiveerd. Bezield. In veel opzichten ben ik liever een fervent amateur dan een pro. Ik doe mijn werk in de geest van een levenlang leren, bedenken en toepassen. Veroordeeld én toegewijd aan risico’s nemen, een buikgevoel volgen, uitproberen, fouten maken, experimenteren en ja – ook blunderen. In dit normontwijkend proces doe ik nieuwe ontdekkingen. Ik ben een amateur. Je leert sneller van mislukking dan van perfectie en iede

De doelgroep, wat moeten we er toch mee?

Het lijkt een voor de hand liggend onderwerp, maar soms wordt het maar al te gemakkelijk genegeerd. Als ik je zou vragen wie jouw afnemer is en je antwoordt iets van “iedereen met een hartslag”, lees dan gerust even verder. Het is een begrijpelijke vorm van kortetermijndenken. Maar met die ene vogel in de hand kan je wel eens bedrogen uit komen. Als bedrijf doe je er goed aan om – in ieder geval tot op zekere hoogte – je klanten uit te kiezen. Het wagenwijd openzetten van je deuren is niet bepaald de manier om de niche op te zoeken waar jij zo enthousiast van wordt. Ook al zou je product of dienst iedereen op aarde kunnen helpen, dan heb ik nieuws voor je: niet iedereen gaat het kopen. Raar? Nee hoor, want ik verwacht dat hele volksstammen het geen biet interesseert wat jij te bieden hebt. Of ze hebben er het geld niet voor (over). Om er maar even een Sinekiaans gegeven tegenaan te gooien: waarom zit je eigenlijk in deze business? En wie hoop je ermee te helpen? Waarom

De pitch: een veertig jaar oud proces voor bureauselectie

In klantenland is een pitch uitschrijven om met communicatiebureaus in aanraking te komen een antieke maar gekoesterde traditie. Een hardnekkig verschijnsel dat in de afgelopen vier decennia nauwelijks met de tijd is meegegaan. Voor veel merken en organisaties is deze uren verslindende krachtmeting blijkbaar nog steeds de enige manier om bureaus te shortlisten voor een prestigieus project of het (al dan niet hele) account. We houden best van een wedstrijdje, maar helaas wordt bij de opzet van het pitchproces nog te vaak op kortetermijnresultaten gestuurd. Of nog gekker: er wordt helemaal nérgens op gestuurd. Briefings of hun schrijvers zijn vaak van een bedenkelijk niveau en maar zelden wordt stilgestaan bij wat men nou precies van een klant-bureaurelatie verwacht. Gratis Pitches zijn er in allerlei soorten en maten. Pitches zonder vergoeding zijn eerder regel dan uitzondering. Daarnaast heb je pitches met wel tien deelnemers, schijnpitches, pitches met meerduidige briefings,