Doorgaan naar hoofdcontent

Weten wanneer je moet stoppen


Ken je dat gevoel dat je soms meer van kinderen kan leren dan van volwassenen?

Ik kan uren kijken naar het gedrag van kleine kinderen, voornamelijk vanwege de eerlijkheid en creativiteit van hun handelingen. Sociale normen en conventies zitten nog niet in de weg, er is alleen pure verbeelding. Een groot aantal fundamentele keuzes maak je veel makkelijker na het observeren van het gedrag van kinderen.

Toen mijn oudste zoon drie jaar oud was hield hij van stickers plakken. Ik ben ervan overtuigd dat stickers plakken een eerste levensbehoefte is voor kleine kinderen. Deze keer zat het lesje in: ‘de kunst van het weten wanneer je moet stoppen’. Dit is niet echt een concept dat een driejarige snapt. Ik kan me herinneren dat ik opmerkingen maakte in de trant van “esthetisch gezien zit deze sticker misschien niet op de allermooiste plaats van het vel papier”, of “je hebt al tien autootjes boven elkaar op deze pagina geplakt, een boompje of een verkeerslicht zou nu leuk zijn.”

Maar meer ís niet altijd beter. Eigenlijk is meer zèlden beter. In een logo, op een website, in een brochure, in een mission statement en duizenden andere dingen: meer betekent niet beter. Meer betekent verwarring.

Heeft je logo teveel details of bevat je website teveel woorden, of is je app te moeilijk, dan verliezen mensen hun interesse. Mensen die je klanten of je ambassadeurs hadden kunnen zijn zien alleen maar rommel en ruis. Als je verhaal teveel elementen bevat camoufleer je dat ene ding waar je merk of organisatie in uitblinkt. Een slordige en onbedoelde vermomming.

Meer zeggen met minder is de beste manier om je verhaal te delen, je boodschap de plakfactor te geven en expressie te geven aan je merk. De kunst is weten wanneer je moet stoppen.

Reacties

Marc Dubach zei…
Ik zeg niets meer...
Naima zei…
Mooie metafoor..
Danny Valize zei…
Prima timing @Marc ;-)

Thanks @Naima!

Populaire posts van deze blog

Ik ben een amateur

Of mag ik dat soms niet zeggen? Maar, zijn we dat in zekere zin niet allemaal? In het Frans betekent amateur oorspronkelijk ‘liefhebber van’. Iemand die zich fanatiek verbindt aan een streven. Een studie, een prestatie, een ambacht.             Wist je dat tot 1970 alleen maar – onbetaalde – amateurs mochten deelnemen aan de Olympische Spelen? Tot de dag van vandaag is dat nog steeds het geval voor de onderdelen Boksen en Worstelen. Het gebrek aan financieel gewin werd namelijk ooit beschouwd als een voordeel. Een amateur zou meer toegewijd zijn. Gemotiveerd. Bezield. In veel opzichten ben ik liever een fervent amateur dan een pro. Ik doe mijn werk in de geest van een levenlang leren, bedenken en toepassen. Veroordeeld én toegewijd aan risico’s nemen, een buikgevoel volgen, uitproberen, fouten maken, experimenteren en ja – ook blunderen. In dit normontwijkend proces doe ik nieuwe ontdekkingen. Ik ben een amateur. Je leert sneller van mislukking dan van perfectie en iede

De doelgroep, wat moeten we er toch mee?

Het lijkt een voor de hand liggend onderwerp, maar soms wordt het maar al te gemakkelijk genegeerd. Als ik je zou vragen wie jouw afnemer is en je antwoordt iets van “iedereen met een hartslag”, lees dan gerust even verder. Het is een begrijpelijke vorm van kortetermijndenken. Maar met die ene vogel in de hand kan je wel eens bedrogen uit komen. Als bedrijf doe je er goed aan om – in ieder geval tot op zekere hoogte – je klanten uit te kiezen. Het wagenwijd openzetten van je deuren is niet bepaald de manier om de niche op te zoeken waar jij zo enthousiast van wordt. Ook al zou je product of dienst iedereen op aarde kunnen helpen, dan heb ik nieuws voor je: niet iedereen gaat het kopen. Raar? Nee hoor, want ik verwacht dat hele volksstammen het geen biet interesseert wat jij te bieden hebt. Of ze hebben er het geld niet voor (over). Om er maar even een Sinekiaans gegeven tegenaan te gooien: waarom zit je eigenlijk in deze business? En wie hoop je ermee te helpen? Waarom

De pitch: een veertig jaar oud proces voor bureauselectie

In klantenland is een pitch uitschrijven om met communicatiebureaus in aanraking te komen een antieke maar gekoesterde traditie. Een hardnekkig verschijnsel dat in de afgelopen vier decennia nauwelijks met de tijd is meegegaan. Voor veel merken en organisaties is deze uren verslindende krachtmeting blijkbaar nog steeds de enige manier om bureaus te shortlisten voor een prestigieus project of het (al dan niet hele) account. We houden best van een wedstrijdje, maar helaas wordt bij de opzet van het pitchproces nog te vaak op kortetermijnresultaten gestuurd. Of nog gekker: er wordt helemaal nérgens op gestuurd. Briefings of hun schrijvers zijn vaak van een bedenkelijk niveau en maar zelden wordt stilgestaan bij wat men nou precies van een klant-bureaurelatie verwacht. Gratis Pitches zijn er in allerlei soorten en maten. Pitches zonder vergoeding zijn eerder regel dan uitzondering. Daarnaast heb je pitches met wel tien deelnemers, schijnpitches, pitches met meerduidige briefings,