Doorgaan naar hoofdcontent

Zeg eens Ja

Laten we het eens hebben over Nee. Nee is de gemakkelijke reactie, die zijn nut dubbel en dwars heeft bewezen. Nee bespaart je tijd, halveert je werkdruk en helpt je mentale energiereserve op peil te houden voor belangrijkere zaken. Nee is vaak directe winst, zeker voor als je al op je tandvlees loopt. De meesten van ons verdrinken in keuze. Daarom zoeken we naar manieren om ruis in ons leven te verminderen.

Nee heeft ook tekortkomingen. Misschien wel de grootste is dat het de neiging heeft ieder initiatief vroegtijdig de nek om te draaien. Ik ontmoet mensen die hun standaardinstelling op Nee hebben staan en hun leven wordt er bepaald niet minder bleek van.

Ja is anders. Ja is uitdagend, al is het omdat het zomaar kan uitdraaien op iets wat je niet wil. Maar misschien ben je helemaal niet zo goed in het bepalen wat je wil. Een fietstochtje in de regen zou wel eens hartstikke leuk uit kunnen pakken. Oesters zouden best lekker kunnen smaken en een opera is misschien meer dan balkende dames. Of misschien niet, maar als het wél balkende dames zijn zeg je de volgende keer gewoon Nee en dan mis je daarna niks. Ja zeggen verlaagt weerstand en ontwapent de mensen om je heen. Ja heeft het zelfs in zich je persoonlijkheid te veranderen. Ja verandert je van ‘die gast die overal nee tegen zegt’ in ‘die gast die overal voor in is’.

Ik leid een druk leven met soms wat teveel hooi op de vork en dat leidt links en rechts tot wat klachten en spanningen. Om af en toe op adem te komen moet ik wel eens Nee verkopen. Misschien heb ik te vaak Nee gezegd tegen mensen die Ja verdienen, maar sinds kort werk ik aan het veranderen van die gewoonte. Omdat ik nieuwsgierig ben naar waar Ja toe leidt.

Ik zeg tegenwoordig ook veel vaker Ja tegen klanten, vaker dan ooit. Als correctieverzoeken in m’n inbox belanden zeg ik Ja. Want weet je, als een klant een concept of design beoordeelt is een lijst met revisies zo goed als onvermijdelijk. We weten dat weerstand zinloos is, maar van nature is onze houding op dergelijke lijstjes defensief. We hebben immers naar beste vermogen iets bedacht wat het klantvraagstuk zou moeten oplossen. Worden we gedwongen iets te veranderen wat volgens ons goed is, dan raken we geïntimideerd. Als conceptontwikkelaars en designers maken we ons nou eenmaal zorgen over het breken van een idee of ontwerp.

Om emoties op zulke momenten te temmen dwing ik mezelf tot een piepklein systematiekje. Ik neem de lijst correcties en splits het op in verschillende categorieën en zeg in eerste instantie Ja tegen alles. Ook tegen de vreemde suggesties (en geloof me – ik heb de nodige shit voorbij zien komen), want wie weet, misschien pakken de veranderingen wel goed uit. Dan ga ik terug naar de lijst en identificeer de punten die het ontwerp duidelijk verzwakken (bijv. het gebruik van ondermaats beeldmateriaal, het toepassen van een verkeerde druktechniek of het bouwen van verwarrende site-navigaties). Dan benoem ik de obstakels, leg uit waarom ze me zorgen baren en wat onze opties zijn. Deze aanpak verschuift alle aandacht direct naar de issues die het meest belangrijk zijn.

Ik zeg Nee tegen mijn kinderen, meer dan wie dan ook. Gedeeltelijk doe ik dat omdat hun ideeën soms stom, of in een enkel geval potentieel dodelijk zijn. “Hey pap – kijk eens hoe ik deze zak over mijn hoofd trek!” Maar er zijn ook veel vragen waarvoor ik gewoon te moe of te lui ben om Ja tegen te zeggen. Er komt een moment dat ze erachter komen dat er boeiendere manieren zijn om hun tijd te besteden dan met hun saaie vader (die altijd Nee zei), dus ik bedenk de laatste tijd steeds vaker: “wat is het ergste dat kan gebeuren als ik Ja zeg?” Daarom sta ik tegenwoordig ook thuis steeds vaker in de Ja-stand. Ik zeg vaker Ja tegen mijn hardloopschoenen. Ik zeg ja tegen mijn puberzoon, die op dit moment even helemaal niks kan met Nee. Misschien zeg ik binnenkort wel Ja tegen rooibosthee en Nee tegen suiker.

Nee is niet onlosmakelijk verbonden met slecht. Leren Nee te zeggen is een lonende vaardigheid, vooral als je moeite hebt met tijd voor jezelf te vinden. Ik zeg niet dat ik overal maar Ja tegen ga zeggen, maar ik ga stoppen met Nee als de vanzelfsprekende reactie. Nee bewaar ik voor telemarketeers, nepkerstbomen en mensen die ik nauwelijks ken maar toch vinden dat ze recht hebben op mijn tijd. Maar voor mijn meissie, mijn kinderen, mijn ouders en mijn vrienden ga ik mijn stinkende best doen vaker Ja te zeggen.

Een fantastisch 2015 allemaal.

Reacties

Jolanda zei…
Jaja..... ;)

Ik ben zo brutaal dit leuke stukje te delen :)
CoachSander zei…
Volmondig JA! Dank je wel dat je de aandacht weer op het positieve 'ja' hebt gelegd...
(hoewel er nu al enige tijd een concept blog van mij klaarstaat met de titel "de kracht van Nee-zeggen"... )
Dank! :-)
Unknown zei…
Veel waarheid in dit stukje buum! Eye-opener; Thx!

Populaire posts van deze blog

Ik ben een amateur

Of mag ik dat soms niet zeggen? Maar, zijn we dat in zekere zin niet allemaal? In het Frans betekent amateur oorspronkelijk ‘liefhebber van’. Iemand die zich fanatiek verbindt aan een streven. Een studie, een prestatie, een ambacht.             Wist je dat tot 1970 alleen maar – onbetaalde – amateurs mochten deelnemen aan de Olympische Spelen? Tot de dag van vandaag is dat nog steeds het geval voor de onderdelen Boksen en Worstelen. Het gebrek aan financieel gewin werd namelijk ooit beschouwd als een voordeel. Een amateur zou meer toegewijd zijn. Gemotiveerd. Bezield. In veel opzichten ben ik liever een fervent amateur dan een pro. Ik doe mijn werk in de geest van een levenlang leren, bedenken en toepassen. Veroordeeld én toegewijd aan risico’s nemen, een buikgevoel volgen, uitproberen, fouten maken, experimenteren en ja – ook blunderen. In dit normontwijkend proces doe ik nieuwe ontdekkingen. Ik ben een amateur. Je leert sneller van mislukking dan van perfectie en iede

De doelgroep, wat moeten we er toch mee?

Het lijkt een voor de hand liggend onderwerp, maar soms wordt het maar al te gemakkelijk genegeerd. Als ik je zou vragen wie jouw afnemer is en je antwoordt iets van “iedereen met een hartslag”, lees dan gerust even verder. Het is een begrijpelijke vorm van kortetermijndenken. Maar met die ene vogel in de hand kan je wel eens bedrogen uit komen. Als bedrijf doe je er goed aan om – in ieder geval tot op zekere hoogte – je klanten uit te kiezen. Het wagenwijd openzetten van je deuren is niet bepaald de manier om de niche op te zoeken waar jij zo enthousiast van wordt. Ook al zou je product of dienst iedereen op aarde kunnen helpen, dan heb ik nieuws voor je: niet iedereen gaat het kopen. Raar? Nee hoor, want ik verwacht dat hele volksstammen het geen biet interesseert wat jij te bieden hebt. Of ze hebben er het geld niet voor (over). Om er maar even een Sinekiaans gegeven tegenaan te gooien: waarom zit je eigenlijk in deze business? En wie hoop je ermee te helpen? Waarom

De pitch: een veertig jaar oud proces voor bureauselectie

In klantenland is een pitch uitschrijven om met communicatiebureaus in aanraking te komen een antieke maar gekoesterde traditie. Een hardnekkig verschijnsel dat in de afgelopen vier decennia nauwelijks met de tijd is meegegaan. Voor veel merken en organisaties is deze uren verslindende krachtmeting blijkbaar nog steeds de enige manier om bureaus te shortlisten voor een prestigieus project of het (al dan niet hele) account. We houden best van een wedstrijdje, maar helaas wordt bij de opzet van het pitchproces nog te vaak op kortetermijnresultaten gestuurd. Of nog gekker: er wordt helemaal nérgens op gestuurd. Briefings of hun schrijvers zijn vaak van een bedenkelijk niveau en maar zelden wordt stilgestaan bij wat men nou precies van een klant-bureaurelatie verwacht. Gratis Pitches zijn er in allerlei soorten en maten. Pitches zonder vergoeding zijn eerder regel dan uitzondering. Daarnaast heb je pitches met wel tien deelnemers, schijnpitches, pitches met meerduidige briefings,