Doorgaan naar hoofdcontent

Heej! Opletten!

Je hoort het vreemd genoeg nog te vaak: bedrijven die het gebruik van sociale media op kantoor verbieden. Uit onderzoek blijkt dat 54% van de bedrijven sociale netwerken zoals Facebook, Twitter en Hyves compeet afschermen op de werkplek, terwijl een 35% op een of andere manier het gebruik gelimiteerd heeft. Dan blijft dus slechts 11% van alle bedrijven over die helemaal geen restricties op het interne netwerk heeft doorgevoerd. Dat percentage is stuitend laag en dit fenomeen hebben we al eerder gezien.

Nog niet zo heel lang geleden was iets soortgelijks aan de hand met het gebruik (toen nog 'privégebruik' genoemd) van diensten zoals Hotmail, Google en Yahoo op de werkplek. Een aantal jaren daarvoor werd zelfs het hele internet gebanned van de werkplek. En het zijn niet alleen bedrijven die constant de rem erop trekken, ook op scholen verbieden docenten mobieltjes in het klaslokaal vanwege de internettoegang die zo'n beetje alle toestellen tegenwoordig hebben.

Als we hier op inzoomen valt te constateren dat sociale media verbieden op de werkplek hetzelfde is als het internet verbieden. Of de telefoon verbieden omdat je wel eens een privégesprek zou kunnen voeren. Of zelfs het verbieden van pen en papier, want je zou wel eens een notitie kunnen maken die niet werk- (of school-)gerelateerd is. Je geeft hiermee een heel erg fout signaal af aan de aankomende generatie werknemers.

"Mensen die op het werk het internet privé gebruiken - met een redelijke limiet van minder dan 20% van hun totale kantoortijd - zijn ongeveer 9% productiever dan mensen die dat niet doen", beweert Dr. Brent Coker van de Department of Management and Marketing aan de universiteit van Melbourne. Meer resultaten van zijn sociale media-studie zijn hier te vinden.

Het docentenvoorbeeld levert een interessant dilemma op om nog even bij stil te staan. Vandaag de dag zijn er telefoons die ringtones bevatten met zo'n hoge geluidsfrequentie dat ze door de leraar helemaal niet meer waargenomen kunnen worden. Alleen studenten met 'jonge oren' kunnen ze horen. Maar is dit wel een technologische vraag of probleem? Of eerder een historisch probleem dat docenten al hebben sinds dat er lesgegeven wordt? Of een student nou fluistert, dagdroomt, slaapt, een krabbel op een stukje papier doorschuift, of sms't. Het is allemaal hetzelfde. De gemiddelde leraar dringt gewoon niet tot de leerling door en heeft de grootste moeite de aandacht van zijn studenten vast te houden.

Je zou kunnen zeggen dat het belang van 'opletten' er vanaf de schoolbanken is ingeramd. Dat sommige ondernemers of  managers daar nu nog steeds naar handelen door het nieuwe web buiten de poorten van het bedrijf te houden, is zowel triest als te begrijpen. Ze weten niet beter.

De aandacht van de student vasthouden blijkt historisch moeilijk. Die van de werknemer blijkbaar ook. Op de taak van de docent of de afdelingsmanager hoeven we dus niet per se jaloers te zijn. Hoewel de echte briljante leermeesters en leiders die iedere eeuw hadden, die hadden daar eigenlijk helemaal niet zo veel moeite mee.

Als je de hedendaagse technologie op afstand houdt of zelfs verbiedt, lost dit dan echt je probleem op?


5 reacties

Populaire posts van deze blog

99designs - kun je wel tellen?

De zelfverklaarde ‘grootste marktplaats voor grafisch ontwerp ter wereld’ 99Designs opende onlangs een Nederlandse site. Persoonlijk ken ik niet veel ondernemers die zich aan deze vorm van crowdsourcing wagen om zich een huisstijl aan te laten meten. Gelukkig maar, want de rekensom klopt gewoon niet. Kijken we naar de getallen dan slaat het crowdsourcen van designs nergens op. Kom ik zo op terug.
Het idee van diensten zoals 99Designs is dat je geen ontwerper inhuurt maar een ontwerpwedstrijd uitschrijft. Vervolgens ontvang je tientallen of honderden designs, je pikt de beste eruit en je betaalt de ‘winnende’ ontwerper. Zo’n 99Designs faciliteert deze wedstrijdjes via web-based platforms. Een verleidelijk concept in vele opzichten, waaronder de misvatting dat meer keuze ook meer waarde betekent en dat het vaag doet denken aan het soort sociale revolutie waar de populaire tech- en mediablogs over hypen.
Reken even mee In de designcommunity wordt gesproken over hoe slecht speculatief werk i…

Ik ben een amateur

Of mag ik dat soms niet zeggen? Maar, zijn we dat in zekere zin niet allemaal? In het Frans betekent amateur oorspronkelijk ‘liefhebber van’. Iemand die zich fanatiek verbindt aan een streven. Een studie, een prestatie, een ambacht.
Wist je dat tot 1970 alleen maar – onbetaalde – amateurs mochten deelnemen aan de Olympische Spelen? Tot de dag van vandaag is dat nog steeds het geval voor de onderdelen Boksen en Worstelen. Het gebrek aan financieel gewin werd namelijk ooit beschouwd als een voordeel. Een amateur zou meer toegewijd zijn. Gemotiveerd. Bezield.
In veel opzichten ben ik liever een fervent amateur dan een pro. Ik doe mijn werk in de geest van een levenlang leren, bedenken en toepassen. Veroordeeld én toegewijd aan risico’s nemen, een buikgevoel volgen, uitproberen, fouten maken, experimenteren en ja – ook blunderen. In dit normontwijkend proces doe ik nieuwe ontdekkingen. Ik ben een amateur.
Je leert sneller van mislukking dan van perfectie en iedere bijdrage is beter da…

De smaak van meer

Woon je in Eindhoven, dan ken je waarschijnlijk Happy Italy. Het Italian fast food concept op ruim opgezette locaties, hippe inrichting en ongelofelijk middelmatig eten. Maar ze serveren er enorme porties. Bemachtig een tafel, bestel een maaltijd en je neemt voor minimaal nog een dag aan extra eten mee naar huis in een heuse Happy Bag.

Mede door die grote porties (mensen beseffen niet hoe weinig het kost een pizza of pasta in elkaar te zetten) heeft iedereen het over Happy Italy. Bijna dagelijks tref je er rijen wachtende mensen aan. Je maakt niet vaak mee dat er rond etenstijd géén rij tot buiten staat.

Happy Italy is slim. Happy Italy laat mensen praten over gigantische Italiaanse maaltijden voor weinig geld. Daarna doen de rijen het meeste werk. Iedereen die voorbij loopt (want A-locatie) en de lange rij ziet gaat ervan uit dat al die mensen er staan met een goede reden. Het zal het wel waard zijn. Het móet het wel waard zijn.

Dit is terug te brengen naar een instinctief mechan…