About me

Mijn foto
Bouwer van merken en identiteiten. Ontwerper van dingen. Ontwikkelaar van visuele concepten en 'iets met social media'. Snelle denker en snelle leerling. Ik ben work in progress en wysiwyg.

donderdag 19 januari 2012

Lenen of hebben?

Afb: peerby.com

Het was gisteravond te zien bij De wereld draait door: het Nederlandse peerby.com maakt het straks mogelijk om snel en gemakkelijk spullen te huren van je buurtgenoten en vice versa. Als je het mij vraagt een veelbelovende internet start-up die handig meelift op een belangrijke trend: lenen is beter dan bezitten.

Bij het bezitten van een kostbare muziekcollectie word je min of meer gedwongen om het op te slaan, te organiseren en om back-ups te maken. Maar waarom wordt je geen abonnee van een service als Spotify waarbij je kan luisteren wat je wil, wanneer je het wil? De kosten zijn waarschijnlijk van een acceptabeler niveau dan je muziekcollectie fysiek op peil houden en tegelijkertijd bevrijdt het je van een aantal onnodige lasten. Of waarom huur je niet een Greenwheels wanneer je écht een auto nodig hebt, zonder het gedoe en de kosten van er een te bezitten?

Het accepteren van een mindset waarin je huurt of leent in plaats van hebt, geeft je toegang tot dezelfde spullen met minder zorgen. Als je huiseigenaar bent verruil je tijdens de vakantie je huis met die van iemand op een ander continent. Het lijkt me in ieder geval een compleet nieuwe ervaring (in zekere zin voelt een mens zich sneller en vaker eigenaar van een ‘ervaring’ dan van materiëel bezit, maar dat terzijde).

Het starten van een lokaal deel-, leen, of verhuurnetwerk geeft je toegang tot de cirkelzaag, de partytent of misschien wel de kunst aan de muur van je buren, terwijl je ook nog eens positief meebouwt aan de sociale cohesie in je buurt, aan jouw gemeenschap.

Het gegeven van huren herinnert ons eraan dat ieder object dat we hebben slechts tijdelijk in ons bezit is. Je bent geen eigenaar van de computer die nu voor je staat. Je huurt het slechts totdat we het afdanken en we het apparaat naar een stortplaats brengen. We zijn geen eigenaar van onze ideeën, ze zijn een samensmelting van de invloeden die anderen ons hebben geleend. En we zijn zelfs geen eigenaar van het geld op de bank of van onze investeringen. Want een beetje collectieve paniek leidt tegenwoordig tot een dramatische devaluatie van geld en goederen. Of een bankencrisis.

Ik wens peerby.com een aantal goede investeerders en onze buurten een mooie, duurzame toekomst toe.

maandag 2 januari 2012

Voices


You know that ringing sound that you will perceive when you are in a very quiet area? Some people say this is an auditory-illusion brought about the ear’s inability to detect frequencies below the threshold of the human senses. This is completely wrong. That ringing covers up something else altogether. If you are quick, patient, and maybe a little lucky, you will be able to hear past the ringing. What you will hear are voices whispering to each other. They will silence themselves quickly but with practice, you will become more adept at catching and interpreting what they are saying. You will hear things of the past, the present, and the future. However, you must be careful. Because there is no such thing as a voice without a body.

And when you start noticing them, they will start noticing you.

(Unknown, via http://pen.io)

Iedereen een gezond, gelukkig en succesvol 2012 gewenst.

dinsdag 13 december 2011

Speel veel, speel vaak


Nirvana’s liedjes klonken okee, maar waren nauwelijks vernieuwend. De Rubik’s Cube was leuk, maar niet echt opwindend. Twitter werkt, maar het idee was niet zo wild als dat het lijkt. Wat al deze zaken met elkaar gemeen hebben is dat ze the right thing waren voor the right time. Niemand kon dit plannen of voorspellen.

De kans om precies op de juiste tijd op de juiste plaats te zijn is niet zo heel erg groot. Daar heb je een fikse portie geluk bij nodig. Het grappige van geluk hebben is dat het op een spelletje lijkt. Speel je het geregeld, dan heb je kans dat je een keer wint.

We reflecteren vaak op het leven met uitspraken als “als ik [voeg kansloze actie in] gedaan had, dan was ik nu [voeg onbereikbare ambitie in] geweest”. Terugblikkend kun je stellen dat dit soort observaties makkelijk zijn te maken en maar weinig waard zijn.

Gek genoeg heb je alleen een beetje verbeelding nodig om kansen te zien, om geluk te hebben in het spel. We hebben er doorgaans alleen te weinig inspiratie voor. Maar één ding is zeker (en Cruijff weet dit allang): je kunt niet winnen als je nooit speelt.

donderdag 24 november 2011

Stilstaan is sneller

Dit stuk gaat niet over genoegen nemen met minder kwaliteit. Het gaat hooguit over genoegen nemen met minder tijd.

Wanneer iemand praat over z’n werk, dan zegt hij dingen als ‘grenzen verleggen’ of ‘de wereld veranderen’. Ik heb dat ook gedaan (alsnog mijn oprechte excuses daarvoor). Naarmate ik ouder word denk ik dat ik gewoon goed werk wilde maken. Het is alleen spijtig dat dat vaak moet gebeuren in te weinig tijd. Zat je ooit tegen een deadline aan terwijl je van tevoren al wist dat je het eigenlijk niet ging redden? Ik durf te wedden dat je maar nèt op tijd klaar was, of misschien net niet.

Tijd is buigzaam, heb ik onlangs weer eens gemerkt. Je kunt bijna alles veel sneller doen, met verbazingwekkend weinig kwaliteitsverlies. Leg jezelfs eens belachelijke deadlines op. Rond sneller af dan je gewend bent, neem wat afstand en kijk gewoon eens wat je hebt gecreëerd. Met de tijd die je je hebt bespaard kun je alsnog de boel fijnslijpen of aanvullen, mocht je dat nog nodig vinden. Ik voorspel je dat je output niets afdoet aan het originele idee dat je had.

Hetzelfde geldt voor het uitwerken van twee verschillende denkrichtingen. Het is behoorlijk listig om twee concepten tegelijkertijd volledig uit te werken. Kies er één, of je komt nergens. Achteraf overweeg je dat andere idee nog maar eens.

Soms is stilstaan sneller. Er is veel te zeggen voor verandering, dus hoppen we snel van links naar rechts zonder dat we daar echt iets mee opschieten. Net als bij de kassa in de supermark: veel geschuifel en gewissel, maar uiteindelijk raak je alleen maar verder achterop.

dinsdag 1 november 2011

"Everyone has Klout." WTF?

Mensen die bovengemiddeld last hebben van paranoia als het gaat om inbreuk op privacy gruwelen al van klout.com, maar eigenlijk zou iedereen moeten weten wat dit groeiend fenomeen voor impact heeft.

Wat is Klout? Klout maakt publiekelijk benaderbare profielen met ‘Klout Scores’ aan voor mensen die actief zijn op sociale netwerken. Een hoge score staat gelijk aan ‘high influence’. Bij score 0 ben je in online-termen een nobody; bij 100 een God. Je Klout Score is een soort kredietwaardigheidtoets voor social media-invloed. Hoe hoger de score, hoe meer invloed je op je netwerk zou uitoefenen. Het (nieuwe, op 26 oktober jl geëffectueerde) algoritme voor het berekenen van je score is gehuld in mysterie. Er is géén opt-out mogelijkheid. Meer dan 100 miljoen mensen zijn al geschat, gesorteerd, beoordeeld en hebben een Klout Score. Oh, en iedereen kan je Klout Score zien en dat maakt het wat mij betreft griezelig.

Stel je eens voor dat je sollicitatiegesprek wordt afgezegd omdat je Klout Score slechts een miezerige ‘12’ telt. Of dat je ontslagen wordt omdat je Klout Score net is gezakt. Of je wordt gedumpt nog voordat een romantische ontmoeting echt spannend wordt, omdat de ander er net achter komt dat je een social media-loser bent. Of iemand anders krijgt de business class upgrade of de hotel suite en niet jij, ook al ben jij een loyalere klant.

Er zijn inmiddels tientallen, zo niet honderden blogposts geschreven over hoe je Klout Scores kunt beïnvloeden. Dit legt pijnlijk bloot dat Klout een spelletje is geworden van online manipulatie en populariteit. Er is totaal geen indicatie dat Klout daadwerkelijk invloed meet. Er zijn legio voorbeelden te vinden van spam-accounts die een hoge Klout Score hebben terwijl er totaal geen interactie is of nauwelijks waardevolle content wordt voortgebracht. Toch lijkt het erop dat het gedrag van deze gebruikers door Klout als ‘invloedrijk’ wordt bestempeld. Zonder enige geloofwaardige data te kunnen overleggen claimt Klout de “Standard for Influence” te zijn. Ik vind dat behoorlijk #fail.

De hoeveelheid mensen die woedend in opstand kwam na 26 oktober is lachwekkend. Van de een op de andere dag was je 10 punten of 20% minder belangrijk en daar hebben velen hun ongenoegen over geuit. Maar wat is de waarde van een cijfer, als je weet dat Klout Scores gemanipuleerd worden? Het is onbetrouwbaar en het is een wassen neus. Een van mijn twitter-matties Ariën Kingma (@Intrige) beschreef het vorige week treffend: je Klout Score bijhouden is als naar je voeten kijken terwijl je loopt.

Klout geeft je niet eens de keuze of er een profiel van je bestaat of niet, en dat is stuitend. Het maakt niet uit of je je aanmeldt voor de service of niet. Een basic account èn je scores zijn al aangemaakt. De meest vreemde topics worden automatisch toegewezen aan mensen die er ‘influencial’ over zouden zijn. Maar waar ik me echt zorgen over maak is dat onlangs gebleken is dat Klout ook scores bijhoudt van minderjarigen. Klout beroept zich op het feit dat het ‘slechts publieke data’ verzamelt, maar de discussie over transparantie en privacy op het (social) web gaat hiermee een compleet nieuwe fase in.

maandag 10 oktober 2011

Steveology

Foto: apple.com

Steve Jobs is niet meer. De voormalig Apple-voorman stierf woensdagavond 5 oktober 2011 op 56-jarige leeftijd en laat een vrouw en vier kinderen achter.

Jobs en Wozniak bouwde in ’77 de eerste personal computer die echt aansloeg, de Apple II. Er waren wel andere pc’s vóór de Apple II, maar om er een te kunnen bedienen moest je de hoogste informaticagraad op de universiteit behaald hebben.

Mijn eigen kennismaking met de Apple Macintosh herinner ik me nog goed. Het was het najaar van 1987 en met 4-Havo namen we een bezoekje aan het Bonnefantenmuseum in Maastricht. In de expositieruimte die op dat moment in het teken stond van entertainment en technologie stonden twee Macintosh SE’s, op een hoge tafel met barkrukken eromheen. Op een van de twee piepkleine beeldschermpjes draaide een simpele, maar vloeiende 3D animatie van een bureaulampje. In de aftiteling kwam de lettercombinatie ‘PIXAR’ voorbij. Met de andere computer kon je via een muis met MacPaint een tekening maken en je naam schrijven op het scherm. En dat was voor die tijd behoorlijk cool.

Vier jaar later kwam ik ongeveer zo’n zelfde model (maar nu ‘Classic’ genoemd) tegen op de Grafische School. Niet dat we al te veel met het apparaat mochten experimenteren, want het voorgeschreven handgereedschap bestond uit de traditionele marker, het potlood en de typometer. Oldschool als de opleiding was in die dagen, beschouwde de meeste docenten de Mac als de antichrist van het grafische ontwerpvak. Maar ik vond ‘m cool.

Als afgestudeerd grafisch ontwerper in ’92 stond bij het eerste bureau waar ik aan de slag ging een torenhoge Macintosh Quadra 900 voor me klaar. Het monsterlijke apparaat had zelfs een contactsleutel. De boodschap was of ik even alles wat ik had geleerd wilde vergeten want ‘hier wordt met de Mac gewerkt’. Het vak zat midden in een technologische mallemolen, dus vier jaar studeren spoelde ik hier binnen enkele maanden door de plee. We gingen van tekentafel, zetmachine en contactkast naar de desktop computer. De alles-in-één. De Mac. En dat was eigenlijk best cool.

Mijn eerste eigen Mac kocht ik in ’93 van mijn zuur bij elkaar verdiende guldens, een Macintosh II Vi met een opslagcapaciteit van 40MB (!) en 4MB werkgeheugen. Met twee knoeperds van monitoren, een Wacom Tablet en een LaserWriter was dit de ultieme thuisstudio voor de jonge, ambitieuze grafisch ontwerper. In de jaren daarna werkte ik nog met een Quadra 650, een Quadra 850, een Power Macintosh 9600, een PowerPC G3, een G4 en die machtige G5. Ik gebruik nu een iMac en een MacBook. Mijn trouwe MacBook is bijna vijf jaar oud en draait nog steeds als een zonnetje. Je hoeft geen techneut of IT wizzard te zijn om er lekker mee te kunnen werken. Macs zijn alleskunners voor mensen die niet alles kunnen. Daarom vind ik ze zo cool.

Je begrijpt dat toen Apple in 2001 de iPod en in 2007 de iPhone introduceerde ik ze moest bezitten. Want hoeveel cooler kun je zijn met Apple-producten die je in je zak kunt steken?

Jobs duwde de wereld, mijn wereld, een richting in. Hij was een stylist die leefde voor de ultieme gebruikservaring van ‘zijn’ producten. Er gaat een verhaal dat in het vroege ontwikkelstadium van de Apple II, Jobs een hele nacht het complete moederbord opnieuw ontwierp zodat er minder gesoldeerd hoefde te worden. Niet dat meer solderen kostenverhogend was, de kosten waren marginaal. Maar minder soldeerpunten vond hij gewoon ‘eleganter’.

Deze visie, deze passie zie je terug in ieder nieuw Apple product.

Ik zag met eigen ogen hoe Apple de grafische industrie, de entertainmentindustrie en daarna de rest van de wereld op z’n kop zette. Ik hoef je niet te vertellen wat de iPhone heeft betekend. Ik denk dat niemand nog kan bevatten wat de iPad betekent. Steve Jobs is voor veel Apple-successen verantwoordelijke geweest. Zijn slechte gezondheid en het aftreden als CEO van Apple konden niet verhullen dat het einde wellicht in zicht was, maar ik was werkelijk even ontdaan toen ik het slechte nieuws hoorde. Waarom? Ik heb geen idee.

Misschien wel omdat Steve technologie cool maakte. Eerst in beige, toen in zwart, daarna in gekleurd kunststof, toen in wit, toen in geborsteld aluminium en nu met een touchscreen van glas. Ik hou van zijn werk. Elke keer als ik mijn MacBook open klap om mijn dag te beginnen, mis ik ‘m. En dat voelt helemaal niet cool.

donderdag 22 september 2011

Think Different


In de inmiddels bijna 20 jaar dat ik dit werk doe heb ik nogal wat klanten en prospects gesproken. Bijna allemaal kampen ze met dezelfde uitdagingen en hebben vreemd genoeg ook hetzelfde gebrek aan twee vereisten die nodig zijn om èchte verandering te bespoedigen. De eerste en belangrijkste is de bereidheid om te differentiëren. De tweede is het beschikbaar stellen van voldoende geld en middelen om dat mogelijk te maken.

De meeste klanten weten zelf ook wel dat ze tot in hun poriën net zo suf en doorsnee zijn als ieder ander. Dan gluren ze jaloers naar hun concurrenten of zelfs naar totaal andere soorten bedrijven en besluiten degene te kopiëren die ze het meest aanspreekt. Ik begrijp best dat hun eigen onzekerheid hiertoe leidt, maar het is natuurlijk best een perverse situatie: “Laten we ons merk differentiëren door degene te kopiëren die we eigenlijk hadden willen zijn”. Aaaiiight! 

Ze willen het resultaat zonder de prijs te willen betalen, zowel centen-wise als psychologisch. De knop moet om. Om je ècht te kunnen onderscheiden van de concurrentie moet je een èigen boodschap hebben. Je steekt je kop niet boven het maaiveld uit door het meest aantrekkelijke merk die je kunt vinden na te bootsen. Als we dat zouden doen dan zou Xenos zich presenteren als Rolex. En dat zou een vreemde situatie opleveren. Isoleer datgene wat jou 100% uniek maakt en vergroot dat unieke ding op een bijzondere manier uit. Je hebt een sterk verhaal nodig dat aannemelijk is, dat mensen willen horen en dat je effectief kunt delen. Dit níet doen leidt tot een noodlottig dwaalspoor, waarbij nieuw bedachte en ingezette campagnes zijn gedoemd te mislukken.

Weet je, iedereen kan een website maken, een huisstijl ontwerpen of een campagne bedenken voor een lagere prijs. Verdomd, als je maar lang genoeg zoekt vind je zelfs mensen die het gratis doen. Sommige dingen zijn gewoon hun prijs waard. Ik zou niet zo snel naar de ‘goedkoopste’ chirurg gaan voor een laserbehandeling van mijn ogen. Zou je dan wel je identity toevertrouwen aan een team met een onbewezen track record? Dat zou uiterst slordig zijn.

Maar een boel bedrijven zijn nu eenmaal slordig met hun boodschap en hun presentatie. Ze denken dat hun website (of zelfs hun merk) gebouwd kan worden door een achtienjarige met een iMac op een zolderkamer in Roemenië. Natuurlijk, de prijs ziet er aantrekkelijk uit maar de kosten zullen je op termijn slopen. Als je je bedrijf wilt differentiëren, wees dan bereid te investeren. Het zal je commitment en geld kosten. Want een goede value proposition en een vette Rolex, dat willen we toch allemaal?

maandag 12 september 2011

Dit is niet de manier zoals we dat hier doen



Onderschat de impact van deze zin niet. Spreek het uit tegen je collega, een nieuwe medewerker, een stagiaire of een freelancer, dan heb je direct een krachtige norm bepaald. Een wet die niet snel met voeten wordt getreden.

Als dit is wat je nastreeft, dan prima. Maar als het je doel is om innovatie aan te moedigen, dan heb je het definitief verprutst.

woensdag 31 augustus 2011

Van die leuke blokjes die je kunt scannen




QR-codes. Het volgende schattige speeltje van marketeers. Ze duiken ineens overal op. Op brochures, billboards, posters en advertenties. Maar de meeste QR-initiatieven gaan plat op hun bek bij executie. Want naast allerlei technologische uitdagingen en issues over usability verwijzen de meeste QR-codes je naar waardeloze content.

Heb je er ooit eentje gescand met je smartphone om te kijken wat er gebeurt? Als het antwoord nee is dan ga je dat waarschijnlijk ook nooit meer doen. QR-codes zijn op hun retour. De technologie wordt hoogstwaarschijnlijk vervangen door de near-field communication (NFC) chip die standaard in je telefoon zit en die op een veel simpelere manier dezelfde taken afwerkt. In plaats van dat je je telefoon pakt, een app opstart, de camera op een raar en lelijk blokje richt, scant en wacht tot er iets gebeurt hoef je binnenkort alleen maar je telefoon uit je zak te trekken nabij een afbeelding van een NFC-teken. Of iets dergelijks.

QR-codes zijn een tussenoplossing voor geavanceerde(re) beeldherkenning. Er zijn op dat gebied ontwikkelingen gaande die de QR-code zo ouderwets laten lijken als Windows 95. Daarnaast vragen ze teveel van gebruikers. Bereidheid om een app te downloaden en te gebruiken, handigheid en geduld. Niet alle codes werken voor alle apps en dat leidt tot veel frustratie met de tool. En als er geen snel mobiel netwerk beschikbaar is dan haken gebruikers definitief af.

Met het afdrukken van een hele haffel QR-codes ben je er overigens nog niet. De codes en de links erachter moeten gemanaged worden. Je dient mobiele content te creëren die relevant en boeiend genoeg is voor gebruikers. De codes dienen cross-platform en geschikt te zijn voor alle scanners. En op welke manieren ga je uitleggen hoe het werkt? Wat blijft er nog over van je echt boodschap?

Zo’n QR-code ziet er ook nog eens afzichtelijk uit. De ruimte die het inneemt en de aandacht die het vraagt in bijvoorbeeld een advertentie weegt totaal niet op tegen de (gepercipieerde) winst. Want als je een QR-code beschouwt als een alternatief voor het vermelden van een url, dan gaat het intikken van een simpele url sneller dan een app opstarten, richten, scannen en wachten. En dan kom je er ook nog eens achter dat de landingspagina niet eens geschikt is gemaakt voor mobile internet. De grootste onder de missers.

Zeker, er zijn goede toepassingen te vinden, maar in verreweg de meeste gevallen die ik tegenkom is het niets meer dan een ordinaire doorverwijzing naar de standaard homepage van een website, bedacht in een opwelling van gadgetgeilheid.

Mijn advies: als je een QR-code initiatief overweegt, think again. Volgend jaar zal beeldherkenning dramatisch zijn verbeterd. Zit je al midden in een implementatie, kap ermee. Ik heb in-flight magazines met codes gezien. En QR-codes op een poster in een ondergronds metrostation waar je geen mobiel internetverbinding hebt is pure verspilling.

Geef in plaats daarvan de gebruiker met een QR-code directe toegang tot klantreviews of een live-chat over je dienst, een link naar diepte-content of specificaties van een product op het schap, een instructievideo op Youtube, een kortingsvoucher, whatever. Er zijn legio manieren voor activatie. Als je per se de laatste trend gaat omarmen, geef de gebruiker dan iets nuttigs. Iets van waarde en – alsjeblieft – iets wat mobile-friendly is. Verzin een goede reden om een QR-code te gebruiken. Een link naar je website is dat doorgaans niet.

vrijdag 29 juli 2011

Mensen geven geen bal om bedrijven



Het is voor een belangrijk deel mijn eigen beleg, maar ik diss ze hier toch even: al die bedrijven die ‘iets met social media’ moeten. Ze zouden eerst eens even stil mogen staan bij de implicaties ervan. Ondanks wat alle ‘experts’ zeggen en de grote claims over wat zij kunnen doen met social media, het ìs allemaal nog niet zo'n een-tweetje. Met de snelheid waarmee het (social) medialandschap en trends zich op dit moment ontwikkelen is het lastig om een bewezen methode voor succes vast te stellen.

Maar veel bedrijven, klein en groot, kiezen ervoor om 24 uur per dag hun boodschappen over LinkedIn, Facebook en vooral Twitter (en straks ook over Google+) uit te braken. Het is eigenpijperij van de eerste categorie. Bedrijven die de gang naar social media al hebben gemaakt maar die ook actéren als bedrijven maken het er niet gezelliger op.

Mensen geven namelijk geen bal om bedrijven. We geven hooguit iets om de mensen die er werken en de dingen die ze doen, maar we hebben moeite om van een bedrijf te houden. Ik kan geen enkele andere plek bedenken die dit gegeven mooier illustreert dan in social media. Massa’s zendgeile knoppendrukkers denken dat een oeverloze stroom aan reclameprietpraat nog steeds wonderen verricht. Het liefst met gortdroge corporate tekst, want ‘daar is van te voren goed over nagedacht’ en ‘dat is verzekerd eindresultaat’. Helaas mensen, het werkt zo gewoon niet meer. We zijn er immuun voor geworden. Dus stop met zenden en begin eerst eens met luisteren.

Als ik als consument hulp nodig heb met jouw product zal ik waarschijnlijk niet veel voelen voor een gesprek met een callcenter-medewerker die een script opdreunt. Je doet me echter een veel groter plezier als je mij even laat babbelen met degene die het ding eigenhandig in elkaar heeft gezet. Dit is uiteraard kul, maar je snapt wat ik bedoel. Mensen identificeren zich niet met bedrijven maar met mensen. Denk dus niet groot. Denk juist klein. Gedraag je niet als een bedrijf maar als een mens. Een mens die denkt, voelt en zorgt, maar ook tekortkomingen heeft en eens een slippertje mag maken. Want als we het aandurven om grenzen op te zoeken dan wordt het weer leuk.

Veel mensen worden soms boos op me omdat ik zo af en toe op de sociale media voor wat reuring wil zorgen. Mijn uitspraken, posts of tweets zijn wel eens chagrijnig of brutaal. Dan weer bot, onaangenaam of zelfs ronduit onuitstaanbaar. Maar ze zijn altijd eerlijk en af en toe best interessant. Sommigen vinden me een eikel maar ik heb geen controle over wat anderen vinden. En dat wil ik eigenlijk ook helemaal niet.

Social media zijn alleen interessant als het ook echt intermenselijk is. Discussies, debatten en gehakketak hebben mensen nodig. Dat zit in onze natuur, dus blijf gewoon jezelf. De meeste mensen zijn eigenlijk best interessant wanneer je de kans krijgt om onder die dikke laag corporate vernis te kijken. Ik zeg niet dat je je op sociale media als een eikel moet gedragen, maar laat beleefdheid in godsnaam niet in de weg staan van een uitspraak die je echt meent. De meesten van ons geven daar de voorkeur aan boven je reclameboodschap of corporate geklets. Wedden?